Hypnose bij
kinderen en adolescenten
Luc
Bouteligier
Hypnotherapie is een zeer dankbare hulptechniek bij zowel
de medische als de psychotherapeutische behandeling van
kinderen en adolescenten.
Verschilt hypnose bij kinderen van hypnose met volwassenen
?
Ja, in die zin dat kinderen en adolescenten behoren tot de
meest hypnotiseerbare leeftijdsgroep. Ze zijn dan ook zeer
gevoelig voor therapeutische suggestie. Behandeling kan dan
ook korter zijn, de bewijslast voor deze stelling is echter
wel anekdotisch. Kinderen zijn van nature uit meer dan
vol-wassenen bezig met 'doen alsof', beschikken over een
grotere fan-tasie en het is juist deze creatieve
verbeelding die maakt dat de hypnotiseer-baarheid een piek
bereikt rond de leeftijd van twaalf jaar. Het is net dit
aspect van de persoonlijkheid van kinderen wat zo bruikbaar
is tijdens de hypnotische induc-tie en het thera-peutisch
gebruik van geleide fantasieën, of zoals ik het noem
'therapeutisch dagdromen'.
Kinderen vinden hypnose plezierig, er zijn weinig
complicaties met de procedures, behandelingsrespons is
snel, zelf-ver-trou-wen, zelfstandigheid en zelfcontrole
worden verhoogd.
Alhoewel adolescenten kritischer worden en meer vragen
stellen bij het hoe en waarom van hypnose stellen ze er
zich gemakke-lijk voor open en leren ook zeer snel
zelfhypnose aan.
Kinderen gaan zeer snel in trance en komen er ook snel uit.
Zo had ik ooit een jongen van 10 jaar, die ik behandelde
voor enuresis, die zich in een comfortabele trance bevond,
plots zijn ogen opendeed, zijn neus snoot, terug zijn ogen
sloot en verder ging.
Wat met lagere leeftijden? Baby’s bvb. Hiervoor
verwijs ik naar een artikel van Brian Vandenberg: 'In-fant
Communication and the Development of Hypnotic
Responsi-tivity' in The Inter-nati-onal Journal of Clinical
and Experi-mental Hypnosis, Vol. XLVI, no.4, October 1998
334-350.
Volgens Brian Vandenberg bezitten baby’s vaardigheden
op het sensorimotorische vlak, die analoog zijn aan deze
die nodig zijn voor hypnotische betrokkenheid, aanwezig bij
oudere kinderen en volwassenen.
Ze zijn gevoelsmatig afgestemd op de sociale vragen en
ver-wachtingen, reageren op spreektoon en suggesties van
-authori-tative (gezaghebbende, bevoegde, volwassene)
figuren en kunnen dissociëren en spelen. Dit wil niet
zeggen dat als baby’s bovenstaande dingen uitvoeren,
dat ze dan in trance zijn. Hoe en wat baby’s in
trance brengt is weinig of niet bestudeerd.
G.G.Gardner vond wel vier criteria, waarvan twee toepasbaar
zijn op baby’s: a) rustig wakend gedrag na soothing
(kalmeren, troosten) en repetitieve stimulaties en b)
versterkte aandacht voor een vernauwde focus met daaraan
gekoppelde verandering in bewustzijn. Deze criteria kunnen
vertaald worden naar omgaan met pijn en span-ning, door
baby’s te betrekken in spel, wie-gen, strelen of
patting(zachtjes kloppen op).
Voor welke problemen gebruik je hypnose bij kinderen en
adolescenten ?
Hiervoor verwijs ik naar het artikel van Dr. Jan Lehembre,
'Hypnotherapie bij kinderen' in Trans, veertiende jaargang,
nr. 2, september 1998.
Indicaties
1) Pijnklachten, b.v. bij medische ingrepen en
tandartsbehandeling, maar ook bij chronische pijn en
ernstig zieke kinderen.
2) Functionele en psychosomatische klachten zoals astma,
eczema, gastrointestinale klachten, slaapstoornissen,
spanningshoofdpijn, conversieverschijnselen,
boulimie…
3) Enuresis, encopresis.
4) Angsten en fobieën. Die kunnen zich uiten in faalangst,
schoolfobie, postraumatische stress-stoornissen,…
5) Stotteren, tics, trichotillomanie, nagelbijten,
duimzuigen…
6) Concentratie- en leerproblemen
7) Bij dwangverschijnselen zijn kinderen, in tegenstelling
tot volwassenen, goed behandelbaar.
8) Dissociatiestoornissen en problemen die samenhangen met
verdrongen materiaal. Hier kan ontdekkend en egoversterkend
gewerkt worden.
9) Tekorten in sociale vaardigheden, geremdheid, negatief
zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen.
10) Verbeteren van sportprestaties, of aanpakken van
problemen die met sport te maken hebben.
Tegenindicaties
1) Als ouders hypnose willen misbruiken om kinderen
onderdanig te maken.
2) Als het kind niet gemotiveerd is om iets te veranderen.
3) Als de therapeut geen opgeleide therapeut is. Kennis van
hypnose is niet voldoende. De therapeut moet in staat zijn
het probleem ook zonder hypnose te behandelen.
4) Als medische behandeling voorgaat.
5) Als hypnose de psychische problemen zou verergeren
6) Voor het plezier of de show.
7) Als het probleem beter met een andere methode behandeld
wordt.
8) Na een eerdere mislukte behandeling waar hypnotische
technieken gebruikt werden.